Over Geo-Impuls

Volgens SBR lopen geotechnische faalkosten op tot vijfentwintig procent van de bouwkosten, de NVAF constateert dat twintig procent van de omzet van heiers uit faalkosten bestaat en TNO Bouw praat over negen miljard euro verlies aan efficiency in het bouwproces dankzij geotechnisch falen. Tijd voor verandering dus, tijd voor een Geo-Impuls.

De drie speerpunten

Geotechnisch falen ontstaat grotendeels door een gebrek aan goed risicomanagement en soms door ontbrekende kennis. De geotechnisch adviseur moet zijn adviserende rol opeisen zodat hij vroegtijdig en continu betrokken wordt bij een project. Zo’n verandering in werk- en denkwijze is geen gemakkelijke opgave. Daarom is Geo-Impuls van start gegaan om geotechnisch falen te reduceren. Dit vertaalt zich naar de drie speerpunten van het Geo-Impulsprogramma: Geo-Engineering in Contracten, Geo-Engineering & Techniek en Mens & Omgeving: Geocommunicatie.

Geotechnisch adviseurs zullen eerder en langduriger betrokken moeten worden bij een bouwproject om tot een goed georisicomanagement te komen. Geo-Impuls werkt daarom hard aan georisicomanagement (GeoRM) als overkoepelende werkwijze waarmee projecten onzekerheden vanuit de ondergrond en bijbehorende risico's kunnen verminderen.

Prof. Frits van Tol - hoogleraar funderingstechniek en voorzitter van het Geo-Impuls kernteam  - voegt hier aan toe: ‘Er zijn voldoende instrumenten die beschrijven hoe je dat in theorie moet doen, maar waar het veel meer om gaat is dat de mensen die een project aansturen, ook daadwerkelijk risicomanagement in hun project implementeren. Dat is momenteel een lastige vervolgstap. Bij de Geo-Impulsprojecten en bij een aantal grote infrastructurele projecten gebeurt dat al, maar het zou op een veel grotere schaal moeten.

‘Ik verwacht dat we slagen’

Geo-Impuls boekte met haar programma de afgelopen tijd al goede resultaten. Van Tol: ‘We zijn inmiddels in gesprek met de mensen aan de andere kant. Zo kijken we met contractmanagers hoe we de problematiek rond de onzekerheid van de bodem goed in contracten krijgen.’ Ook nieuw opgedane kennis blijkt uiterst bruikbaar. Zo ontwikkelde Rodriaan Spruit, promovendus aan de TU Delft, een meettechniek om zwakke plekken in diepwanden te kunnen detecteren. Daarnaast is ook de communicatie met de omgeving erop vooruitgegaan: ‘Dat doen we absoluut beter dan vijf jaar geleden. Het lukt ook geotechnici te betrekken bij het omgevingsmanagement. Bij pilot -projecten zoals Spoorzone Delft en de Veenkade in Den Haag zie je dat dit erg goed loopt en een belangrijke rol speelt’, aldus Van Tol.

Deelnemers

Vele belanghebbenden in de grond- weg- en waterbouw hebben zich inmiddels aan Geo-Impuls verbonden. Vele belanghebbenden in de grond- weg- en waterbouw hebben zich inmiddels aan Geo-Impuls verbonden.

Opdrachtgevers:

ProRail, Rijkswaterstaat, grote gemeenten als Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Amsterdam, Provincie Utrecht.

Bouwers:

Strukton, BAM, Boskalis, Heijmans, KWS, Van Hattum & Blankevoort, Van Oord, Ballast Nedam, Dura Vermeer.

Ontwerpers:

Arcadis, Witteveen+Bos, DHV, Tauw, Movares, Fugro, Royal Haskoning, Grontmij, CRUX.

Kennisinstellingen:

CURNET (COB, CUR B&I), Deltares, TUDelft, CROW.

Brancheverenigingen:

KIVI/Niria, Vereniging van Waterbouwers, Bouwend Nederland

Het ambitieuze Geo-Impulsprogramma stopt al in 2015, maar Van Tol heeft er een goed gevoel over: ‘Ik verwacht dat wanneer we erin slagen om georisicomanagement op grote schaal te implementeren bij ondergrondse bouwprojecten, we in deze paar jaar tijd een grote slag kunnen slaan in het reduceren van geotechnisch falen.’ Maar hoe verder na 2015? ‘Het concept van Geo-Impuls kan eindeloos doorgaan’, licht Van Tol toe. ‘We moeten verder gaan met het ontwikkelen van nieuwe kennis en het aanjagen van het toepassen van risicomanagement, al dan niet in andere samenwerkingsverbanden. Er komt heel wat bij kijken en de sleutel tot succes zit niet alleen bij de geotechnici, maar ook bij de constructeurs, de opdrachtgevers en de ingenieursbureaus. Die moeten geotechniek van begin tot eind in het bouwproces meenemen’.