Er zijn veel onderwerpen waarbij de input van ingenieurs bijdraagt aan het inhoudelijke debat. In deze column onderzoeken we een maatschappelijk vraagstuk waarbij het ingenieursperspectief wordt belicht door diverse gastschrijvers. De komende maanden gaan we met het thema “veiligheid omtrent terrorisme” aan de slag. Een zeer actueel thema, zeker naar aanleiding van de aanslagen in Parijs en Brussel, waardoor veel mensen zich steeds meer zorgen maken over onze veiligheid. Maar hoe kun je nu als ingenieur bijdragen aan veiligheid omtrent terrorisme?

Gastschrijver Dirk Rinze Visser

ir. Dirk Rinze Visser CEng RC (1979) studeerde Bouwkunde, met specialisatie Constructief Ontwerpen, aan de Technische Universiteit Eindhoven en is werkzaam als Associate Structural Engineer bij BuroHappold in Londen. In het afgelopen decennium heeft hij gewerkt aan talrijke internationale bouwprojecten voor zowel Nederlandse, Spaanse en Engelse multidisciplinaire ingenieursbureaus.
Dirk Rinze is tevens gastdocent aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft en columnist voor het vakblad Cement.

 

 

 

 

Column: Tot wanneer kan een belastinggeval nog bijzonder of accidenteel genoemd worden?

Sinds jaar en dag rekent de constructeur met alle optredende belastingen op een gebouw. Ook niet-bouwkundigen kunnen vele van deze belastingen opsommen, zoals eigen gewicht, personen, sneeuw en wind. De kans dat zij ook de accidentele belastingen – zoals aanrijdingbelasting en bombelasting – kunnen benoemen, is klein. De kans dat één van deze bijzondere belastinggevallen optreedt is echter nóg veel geringer en zal bij de meerderheid van de bouwwerken gelukkig ook niet tijdens de levensduur plaatsvinden.

Hoewel het aantal terroristische aanslagen is toegenomen in de afgelopen jaren – de recente bomaanslagen in Turkije, Parijs en Brussel staan nog op mijn netvlies – is de kans op een bomaanslag in een gebouw nog steeds erg klein. Dit betekent niet dat ik tijdens mijn dagelijks werk als constructeur deze bombelastingen niet als een aandachtspunt zie en niet meeneem in mijn constructieve ontwerpen. Zeker bij gebouwen met een vergroot risico op een dergelijke terroristische aanslag, zoals stadions, winkelcentra, musea, stations maar ook overheidsgebouwen, wordt er door ons als constructeur letterlijk en figuurlijk rekening gehouden met het accidentele.

De bouwkundig ingenieur maakt daarbij onderscheid tussen de publiekelijk toegankelijke ruimten en de voor het publiek afgesloten ruimten in het gebouw, en onderzoekt daarbij ook in welke van deze ruimten een mogelijke aanslag de standzekerheid van het gebouw, én de veiligheid van de gebruikers, in gevaar zou kunnen brengen. Gebaseerd op deze analyse weet de constructeur waar de kritische constructieve voorzieningen geplaatst dienen te worden, voorzieningen die er mede voor zorgen dat er een tweede draagweg gecreërd wordt voor het geval de bomaanslag zou leiden tot het wegvallen van een constructief element.

Bij het doorrekenen van een gebouw met alle optredende belastingen worden veiligheidsfactoren toegepast, factoren die de werkelijke optredende belastingen een overwaarde geeft. Voor accidentele belastingen zijn deze veiligheidsfactoren gesteld op 1,00. Ter vergelijking, bij reguliere belastingen kunnen deze componenten oplopen tot een waarde van 1,65.
Meer en meer merk ik dat opdrachtgevers ook steeds meer rekening wensen te houden met dit accidentele belastinggeval en wellicht wordt het tijd dat ook de normschrijvers terroristische aanslagen niet meer zien als een ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar als een doelbewuste belasting die een hogere veiligheidsfactor vereist dan de huidige 1,00.

Is het namelijk niet dat door het toenemen van het aantal terroristische aanslagen we een bomaanslag al niet meer als bijzonder zien?!

Laat ons weten hoe je hierover denkt en laat je commentaar hieronder achter: