Column: KIVI en de Circulaire Economie; kunnen we de politiek een duwtje in de goede richting geven?

Tijdens het KIVI-jaarcongres afgelopen week, hebben we veel verschillende initiatieven en toekomstige mogelijkheden gezien voor de circulaire economie. Ingenieurs, ontwerpers en ondernemers in de circulaire economie hebben het echter lang niet altijd gemakkelijk in een lineaire wereld. Dat was afgelopen weekend ook te zien in een uitzending van VPRO Tegenlicht over de Donut Economie. Econome Kate Raworth geeft aan dat de huidige markten inefficiënt zijn en groei van het Bruto Nationaal Product niet alles zaligmakend is. Zij stelt dat het tijd is voor een nieuw economisch model waarin op een bredere wijze wordt gekeken naar menselijke vooruitgang. De Donut Economie.


Bekijk hier de betreffende aflevering.

Raworth becommentarieert verschillende initiatieven zoals Fairphone en Lightyear en is enthousiast over de inzet van de mensen, maar zij geeft ook aan dat de individuele ontwerpers en ondernemers de overgang naar een ander economisch model niet alleen zullen bewerkstelligen. Niet duizenden losse initiatieven, maar een ecosysteem is nodig, een netwerk van grondstoffen en bedrijven waarin geen afval meer bestaat. De overheid zou hier een actieve rol in moeten spelen om te zorgen dat grondstoffen worden hergebruikt en dat voldoende informatie beschikbaar is over bijvoorbeeld reststromen.

In de huidige tijd van een terugtrekkende en deregulerende overheid (in de Westerse wereld) is de vraag om met een nieuwe set regels tot uiteindelijk een andere economisch model te komen op zijn zachts gezegd tegendraads. Ongebruikelijk is het niet, juist ingenieurs hebben voor hun werk een uitgebreid normenkader gecreëerd. Lang voor de Europese Unie het daglicht zag werden tussen ingenieurs grensoverschrijdende afspraken gemaakt over bijvoorbeeld de breedte van het spoor. Dit hoeft niet tot een andere economisch model te leiden. Op het gebied van Volkshuisvesting zette KIVI ooit de basis voor de vereisten en inrichting van arbeiderswoningen. In het toenmalige liberale tijdsgewricht duurde het bijna een halve eeuw voordat het advies werd overgenomen in de Volkshuisvestingswet. Maar het gebeurde wel en een stuk economie werd anders ingericht, met positieve gevolgen voor mensen.

Wat ik mij afvraag is op welke wijze in het huidige neoliberale klimaat noodzakelijke regels voor een circulaire economie geïntroduceerd kunnen worden. Het begint natuurlijk bij de vraag hoe we tot eenduidige normen komen voor een circulaire economie. De NEN is bijvoorbeeld bezig met normen voor de bouw en het hergebruik van plastics en daar zijn meerdere oplossingsrichtingen voor te bedenken. De circulaire economie geeft een duidelijke richting aan. De uitwerking in nieuwe spelregels en op welke wijze daadwerkelijk bakens verzet moeten worden, en het nut daarvan, zal nog veel discussie opleveren. De kunst is wel om tot concrete aanbevelingen te komen die uiteindelijk bijdragen aan het beter, circulair, omgaan met de natuurlijke hulpbronnen die ons ter beschikking staan. De vraag is: op welke manier kan het KIVI de politiek een duwtje in de goede richting geven?

Jasper van Alten
Coördinator thema’s
Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI)

 

 

Laat ons weten hoe je hierover denkt en laat je commentaar hieronder achter: