Er zijn veel onderwerpen waarbij de input van ingenieurs bijdraagt aan het inhoudelijke debat. In deze column onderzoeken we een maatschappelijk vraagstuk waarbij het ingenieursperspectief wordt belicht door diverse gastschrijvers. De komende maanden gaan we met het thema “veiligheid omtrent terrorisme” aan de slag. Een zeer actueel thema, zeker naar aanleiding van de aanslagen in Parijs en Brussel, waardoor veel mensen zich steeds meer zorgen maken over onze veiligheid. Maar hoe kun je nu als ingenieur bijdragen aan veiligheid omtrent terrorisme?

Gastschrijver Patrick Walthuis

Patrick Walthuis (1969) heeft na zijn studie HTS Bedrijfskunde ruim 20 jaar als zelfstandig ondernemer gewerkt in de zakelijke dienstverlening. Samen met 8 jaar ervaring als militair, zet hij deze kennis en ervaring nu in voor andere organisaties als senior interim innovatie- en business development manager. Momenteel werkt hij in opdracht van Airbus Defence and Space in Leiden. Daar richt hij zich op business development voor toepassingen van satellietdata op de thema’s luchtkwaliteit, agri en defensie/veiligheid.

 

 

Column: Ruimte voor terrorismebestrijding

‘Het lastige van de aanslagen in Parijs is dat die eigenlijk in twee fronten uiteenvallen,’ vertelt Hoogleraar Internationale betrekkingen Beatrice de Graaf. ‘Er is een homegrown front in Europa, met jongeren uit de buitenwijken [...] en IS heeft een front in het Midden-Oosten. Aan de ene kant moet je als terrorismebestrijder hier in Europa aan het werk, want hier is het gebeurd. Hier zijn de safehouses, hier zijn de netwerken, de logistiek, hier moet je de eyes and ears on the ground hebben en fors inzetten op deradicalisering.’ Dat deel van de terreurbestrijding hebben we aardig onder de knie, zegt De Graaf. Maar van dat andere front, in het Midden-Oosten, begrijpen we veel minder. [Uit: De correspondent.nl, Elf lessen van Beatrice de Graaf, de hoogleraar die Nederland de weg wijst na Parijs]

Voor de opsporing van radicale activiteiten in Europa gebruiken de verschillende veiligheidsdiensten geavanceerde middelen. Uit een enorme hoeveelheid data filteren ze daarmee de relevante informatie. Deze technische middelen en ook de benodigde algoritmes voor data-analyse, zijn veelal ontwikkeld door wetenschappers en techneuten. Terwijl de ‘eyes and ears on the ground’ in Europa zo steeds geavanceerder worden, is voor het Midden-Oosten front een andere denkrichting nodig. Daar biedt ‘de ruimte’ een uitgelezen kans voor gerichte terrorismebestrijding.

Voor terrorismebestrijding verder van huis kan de ruimtevaart wezenlijke componenten leveren. En kennis. Zo leveren ruimtevaartingenieurs van eigen bodem al decennia lang hun bijdrage aan de ontwikkeling van zeer nauwkeurige aardobservatie-instrumenten. Deze instrumenten - aanvankelijk bedoeld voor het verzamelen van data over onze atmosfeer en aarde voor wetenschappers en beleidsmakers - trekken sinds enkele jaren ook de aandacht van het bedrijfsleven en de Defensie- en veiligheidssector. Deze toenemende vraag naar downstreamdiensten zorgt voor groeiende interactie over de onontdekte mogelijkheden met bestaande én nog te lanceren aardobservatie-instrumenten, ook op het gebied van de monitoring en opsporing van terrorisme. Mogelijkheden waarmee we zicht kunnen krijgen op het Midden-Oosten front én een beter begrip van de situatie in die regio.

Tot slot nog even dicht bij huis. Ook in Nederland is bij de bestrijding en opsporing van criminaliteit en terreur winst te behalen wanneer we satelliettoepassingen beter en vaker in weten te zetten. Want of het nu een wetenschappelijk vertrekpunt is of een veiligheidsissue; ruimtevaartingenieurs zetten hun kennis en kunde graag in voor de ontwikkeling van een slimme hightech oplossing voor een maatschappelijke vraag. Dat begint met een dialoog tussen de defensie- en veiligheidssector en de ingenieurs om de informatiebehoefte te kunnen definiëren. Zo kunnen ruimtevaart en satellietdata zorgen voor een grotere efficiëntie en een (voor-)sprong in kennis; essentieel voor de overheid! Er is met satellietbeelden van Nederland namelijk veel meer mogelijk dan alleen het opsporen van hennepvelden…

Laat ons weten hoe je hierover denkt en laat je commentaar hieronder achter: