Leven met risico’s; wie wil het niet?

Toch een bijzonder fenomeen. Als het over risico’s gaat en weloverwogen beslissingen worden genomen op basis van complexe modellen, normen en statistieken, lijkt uiteindelijk de factor ‘pruim-ik-het’ vaak van grote invloed te zijn op het besluit. Bijvoorbeeld bij het persoonlijk aanvaarden van het risico om slachtoffer te worden bij het deelnemen aan het verkeer en daarbij nog wat harder te willen rijden. Een ander verhaal is het als een chemische fabriek een nieuwe vergunning nodig heeft. Dan lijken onder publieke druk steeds meer eisen aan zo’n bedrijf te worden gesteld waarvan je je kan afvragen of die nog een redelijke bijdrage leveren aan het veilig inpassen van activiteiten met risico’s in onze samenleving.

Ook al werkt men in een chemische fabriek veilig en wordt aan alle voorwaarden voldaan, rest  natuurlijk nog steeds een gecalculeerd risico. Een klein risico dat het mis gaat, geheel volgens de wet. Maar dan moet alles volgens het boekje gaan, maar ja de buurtbewoner denkt/weet dat het niet altijd volgens het boekje gaat. Hij weet dat hij zelf fouten heeft gemaakt of hij heeft op zijn werk op het nippertje fouten van anderen voorkomen. Als het goed is, wordt binnen de organisaties goed gesproken over gemaakte fouten en worden de ervaringen gedeeld, zodat anderen niet in dezelfde kuil vallen.

De luchtvaartsector kan rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak als het gaat om de risico’s die met vliegen gepaard gaan. Passagiers accepteren dat ze weliswaar geen 100% overlevingsgarantie krijgen, maar ze vertrouwen er op dat de kans dat het met hun vliegtuig fout gaat tot het uiterste is geminimaliseerd. Als het fout gaat, wordt er gedegen onderzoek gedaan en worden de resultaten openbaar gemaakt. Een uitstekend recept voor continue verbetering van de veiligheid en publieke aanvaarding van de risico’s die overblijven.

Helaas, moet je zeggen, geldt het principe van de luchtvaart niet in alle sectoren van de samenleving. Niet voor niets riepen Tjibbe Joustra, voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, en oud-voorzitter Pieter van Vollenhoven op tot een discussie over toezichthouders in Nederland. Volgens de heren zijn die niet onafhankelijk genoeg en ontbreekt ook de nodige kennis. Dat is een slechte zaak, want een onwetende overheid is geen autoriteit die kan zeggen dat er naar beste eer en geweten is gehandeld. De factor ‘pruim-ik-het’ kan dan al snel de overhand krijgen in discussies over allerlei activiteiten die mogelijk een risico met zich meebrengen.

Bedrijven en de overheid moeten vertrouwd kunnen worden en dat wordt de burger soms knap lastig gemaakt. Door bedrijven die pas laat toegeven dat er onbedoelde emissies zijn geweest of door een overheid die bijvoorbeeld meer treinen met gevaarlijke stoffen laat rijden dan zij zelf verantwoord acht(-te). Veilig werken is van groot belang. Soms wordt het als lastig ervaren, maar praat er dan over en schuif het niet weg. Vertel mensen eerlijk over de risico’s waar zij aan bloot worden gesteld en wat je er aan doet om ongelukken te voorkomen.

Bijna alle activiteiten brengen risico’s met zich mee. Bekend of onbekend, bemind en onbemind. Leven betekent risico’s lopen. Help mensen dat in te zien en te accepteren dat eigen handelen en dat van anderen risico’s met zich meebrengen. Daar tegenover staat dat je mooie dingen kan doen. En wie wil dat nu niet?

Jasper van Alten
Coördinator thema’s
Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI)

 


Op 30 november wordt het KIVI Jaarcongres “Leven met Risico’s” in Gorinchem georganiseerd. Tijdens vele sessies wordt verder ingegaan op hoe wij slim kunnen omgaan met risico’s en veiligheid.