Beleef de Dag van de Ingenieur opnieuw!

Stralend, zo begon de dag in Enschede vanochtend. Victor van der Chijs, voorzitter College van Bestuur, Universiteit Twente, trok tijdens zijn openingswoord deze lijn door. De Dag van de Ingenieur werd dan ook niet gehouden op zomaar een locatie, maar op de ondernemendste universiteit van Nederland. Met deze woorden opende Van der Chijs de middag. Hoe positief hij ook begon met zijn verhaal, hij eindigde het met een boodschap: “Ingenieurs zijn de nieuwe helden, er is echter nog wel wat zendingswerk te doen voordat iedereen daarvan op de hoogte is.”

 

Voor dagvoorzitter Miriam Luizink was dat meteen een mooie link naar de KIVI Academic Society Award. Deze werd vandaag voor de eerste keer uitgereikt aan Maarten Steinbuch, hoogleraar Systeem- en Regeltechniek aan de TU Eindhoven. Steinbuch heeft deze prijs gekregen vanwege de zeer aansprekende wijze waarop hij de verbinding weet te leggen tussen wetenschap en maatschappij.

Steinbuch kreeg de prijs uit handen van Ed Brinksma, Rector Magnificus Universiteit Twente. Brinksma: “Als het aan iemand niet gelegen heeft dat basisschoolleerlingen niet weten dat engineering tof is dan is het wel Maarten Steinbuch.” Brinksma begon met Steinbuch over diens passie voor zijn werk: “Ik geniet van al die mannen en vrouwen die zitten te genieten in mijn Tesla. Maar ook het geven van kindercollege is heel leuk om te doen. Ik werk al 15 jaar met veel plezier op de TU/e. Ik vind het geweldig om met studenten te werken die snel en out of the box kunnen denken en die heel enthousiast zijn.”

Op de vraag of hij de juiste persoon voor deze prijs is, antwoorde Steinbuch: “Het enige dat niet klopt is dat ik geen vrouw ben. We moeten af van het beeld dat ingenieurs mannen zijn die als een nerd in een kamertje zitten na te denken. Wij moeten een brug slaan naar de maatschappij. Gelukkig zijn we ons steeds meer bewust dat we de discussie moeten opzoeken met de maatschappij. We moeten niet alleen maar praten met andere ingenieurs van een andere discipline. Maar ook met niet-ingenieurs, met artsen, juristen. Een ingenieur moet in het midden staan van de maatschappelijke discussie. Dat moeten we inbedden in de opleidingen. Studenten moeten geprikkeld worden om buiten te techniek te denken.”

Na de inspirerende woorden van Steinbuch was het tijd voor drie verschillende lezingen over Shaping the Future.

Allereerst was daar Mark Denys, directeur van de technische kant van Tata Steel, die de hoogovens een doorlichtte. Dat staal nog steeds onmisbaar is in de wereld staat buiten kijf. Wat minder mensen weten, is dat staal ook steeds beter wordt. De sector blijft onderzoeken of er nieuwe materiaalcombinaties bestaan die het staal harder, minder bros of buigzamer te maken. Zo is het staal in veel nieuwe auto’s nog geen tien jaar geleden uitgevonden.

Naast die staalverbetering heeft de staalsector, en daarmee Tata Steel, ook een probleem: ze produceren met zijn allen vijf procent van álle CO2 op de wereld. “Hoewel staal bijna helemaal herbruikbaar is en daarmee past in de circulaire economie, kost de productie veel energie. Daar willen we als Tata wat aan doen”, zei Denys tijdens zijn presentatie. Met 48 anderen ontwikkelde Tata zo twee nieuwe reactoren die een veel kortere productieketen hebben. Dat bespaart energie en reduceert dus CO2.

De reactor kostte 20 jaar om te ontwikkelen, en er hangt een prijskaartje van 20 miljoen aan. Een fiks ontwikkeltraject dus. “En dit is pas een baby”, vertelde Denys. “De capaciteit van de reactor is een fractie van wat een industriële reactor aan kan. We staan dus pas aan het begin van de ontwikkeling.”

Arjen Bos van Urenco overziet de stabiele isotoop-divisie van het uraniumbedrijf. Urenco maakt al jaren verrijkt Uranium voor kernreactoren en is een grote speler op de wereld: 10 procent van al het uranium komt van hen. In hun Almeloose fabriek staan honderden gascentrifuges dag en nacht te draaien om al dat uranium te leveren.

Maar ondertussen kijkt Urenco ook naar andere gebieden. Die centrifuges kunnen namelijk veel meer dan alleen uranium verrijken. Vandaar dat het bedrijf op kleine schaal de medische- en onderzoekswereld verkent. De medische isotopen, bekend geworden door de reactor in Petten die ze produceert, kunnen in basisvorm door Urenco gemaakt worden. Zij sturen ze naar Petten, waar ze radioactief gemaakt worden, en vervolgens zijn ze klaar voor gebruik. Bijvoorbeeld om heel gericht tumoren aan te vallen; Irridium-staafjes kunnen zo longtumoren bestrijden. Ook isotopen die voor de diagnose van kanker onmisbaar zijn, blijken door Urenco gemaakt te kunnen worden.

Het zijn innovaties die nu nog zeer kleinschalig zijn; ze vallen in het niet bij de uranium-productie. Maar het is een verbreding van de werkzaamheden die Urenco zeer koestert. Vandaar dat ze nu ook kijken naar de vragen van de academische wereld; zo onderhouden ze contacten met het nano-instituut MESA+ van de Universiteit Twente.

Dave Blank is sinds begin dit jaar wetenschappelijk directeur van dat MESA+-instituut. Het is een onderzoekskoepel die álle mogelijkheden van nanotechnologie wil onderzoeken. In vogelvlucht schiet Blank erlangs: quantumcomputers, waterafstotende nanocoatings, batterijen die lichaamswarmte gebruiken; met nanotechnologie lijken de mogelijkheden eindeloos.

Een bijzondere rol ziet hij voor de detectie van virussen. Met een nanoneus bijvoorbeeld. Het is een trillend veertje dat aan het eind een molecuul heeft dat reageert op bepaalde virussen. Als het virus in de buurt komt, grijpt het zich aan het deeltje vast. Zo verandert het gewicht van de veer en daarmee de trilsnelheid. Zo wordt het eenvoudig om te kijken of iemand een ziekte als Tuberculose heeft. “In Vietnam is dat nog een heel gevaarlijke ziekte. Nu moeten mensen voor diagnose naar een dokter, ver weg, waardoor ze weer anderen besmetten. Met zoiets wordt thuisdiagnose heel simpel.”

Aan het einde van zijn presentatie vraagt de dagvoorzitter naar Blank’s grootste nanodroom. “Ik kom oorspronkelijk uit de wereld van de supergeleiding. Als het ons lukt om dat soort supergeleiding, die normaal bij temperaturen ver onder 0 plaatsvindt, bij kamertemperatuur kan laten gebeuren; dat zou fantastisch zijn”, fantaseert Blank. Het mag duidelijk zijn: met nanotechnologie kan alles.

Na deze inspirerende lezingen was het voor het publiek tijd om te netwerken tijdens de pauze.


De Vernufteling

Na de pauze was het woord aan Ed Nijpels, Voorzitter NLingenieurs. “Zonder ingenieurs zag ons land er compleet anders uit. Dat beseft iedereen als je er een half uur over praat op de keukentafel, maar het zou normaal moeten zijn.”
Nijpels reikte de prijs van de Vernufteling uit aan het Amtrium, het nieuwe congresgebouw/restaurant van de Amsterdamse RAI. Volgens het juryrapport levert het project een tastbare bijdrage aan de stedenbouw van de 21ste eeuw.

De Kantelsluis Royal Haskoning DHV kwam als winnaar van de publieksverkiezing uit de bus. De sluis laat het schip zakken zodat het onder een burg door kan zonder dat de brug open moeten.

Er werd ook dit jaar een eervolle vermelding uitgereikt. Die ging naar het simpelste idee uit de verkiezing: het Staalstripje. Dit balkje metaal wordt gebruikt om balkons, die niet meer aan de structurele eisen voldoen, met elkaar te verbinden. Zo ondersteunen ze elkaar.


Prins Friso Ingenieursprijs

Na de Vernufteling was het wachten op hoog bezoek. Prinses Beatrix en prinses Mabel kwamen speciaal voor de uitreiking van de eerste Prins Friso Ingenieursprijs naar Enschede. Prins Friso was ingenieur werktuigbouwkunde en lucht- en ruimtevaarttechniek. Hij bewoog zich nadrukkelijk op het snijvlak van ingenieurswetenschappen en maatschappij. Zijn inspirerende nalatenschap aan de ingenieurswereld maakt het bijzonder passend om de Ingenieur van het Jaar vanaf 2015 te eren met de Prins Friso Ingenieursprijs. Tevens was Prins Friso zeer gewaardeerd lid van KIVI.

Nog voordat de Ingenieur van het Jaar 2015 bekend gemaakt werd, was de microfoon voor de Ingenieur van het Jaar 2014: Karianne Lindenhovius. Zij heeft een druk jaar achter de boeg, maar heeft gemerkt dat de benoeming haar veel heeft opgeleverd. “Naast iedere arts hoort een ingenieur te staan. De basis van innovatie is als we met elkaar nieuwe dingen creëren en samen werken aan de toekomst. Dat vind ik al langer, maar na de verkiezing luisteren mensen opeens naar mij. Artsen zijn nu trots om met mij te werken. Ze stellen mij voor als: ‘Dit is Karianne, de Ingenieur van het Jaar’.”

Na de mooie woorden van Karianne was het moment dan echt daar.

Allard van Hoeken, Head of New Energy bij Bluewater Energy Services, werd uitgeroepen tot Ingenieur van het Jaar 2015. “Van Hoeken weet internationale successen te boeken door het technische innovatieve te verbinden met bedrijfsmatig inzicht. Tevens kan hij gepassioneerd en met sterke overtuigingskracht anderen inspireren om de omslag te maken van traditionele energie naar duurzame energie”, vertelde juryvoorzitter Micaela dos Ramos, Directeur van KIVI.

Gijs van den Boomen, KuiperCompagnons, werd als winnaar van de publieksprijs ook nog het podium opgeroepen.

Na deze feestelijke uitreikingen was het tijd voor de borrel en voor deelnemers tijd om in gesprek te gaan met prinses Beatrix en prinses Mabel.