Rond de eeuwwisseling ontstond de gedachte om een bijeenkomst van technisch georiënteerde personen met een defensie-achtergrond te organiseren om eens onderling stil te staan bij de toepassing van technologie binnen defensie. Daarvoor waren een aantal belangrijke redenen aanwezig.
 

GROTE TECHNOLOGISCHE AMBITIE 

Het ambtieniveau van de Nederlandse krijgsmacht is hoog: technisch en operationeel in de voorste lijn mee kunnen doen met grotere naties, die qua krijgsmachtomvang groter of veel groter zijn. In zo’n ‘high-tech’ organisatie moeten complexe technologische systemen en processen goed beheerst en begrepen te worden. Kennis van en gevoel voor toekomstmogelijkheden en grenzen is daarbij van groot belang. Alleen dan kan ook de rol van ‘smart integrator’, ‘smart specifier’, ‘smart buyer’ en ‘smart user’ richting kennisinstituten en industrie goed worden ingevuld.
Om deze ambitie waar te maken is het gewenst om zo goed en efficient mogelijk gebruik te maken van alle in Nederland aanwezige ervaring en kennis op het gebied van krijgsmachttechnologie.

BEHOEFTE AAN GESPECIALISEERD PERSONEEL

Het is voor de krijgsmacht moeilijk om voldoende gespecialiseerd personeel aan te trekken en te behouden. Daarnaast is er druk om ondersteunende diensten, die niet in directe zin bijdragen aan de core-business van gevechtskracht leveren, te reduceren.
Onderlinge informatie-uitwisseling kan helpen om een gezamenlijke aanpak van alle bij defensietechnologie betrokken partijen op gang te brengen om de belangstelling voor deze technologie te vergroten.

TECHNIEK KOMT NIET VANZELF

Binnen defensie wordt technologie vaak als een ‘van de plank’ beschikbaar ingrediënt beschouwd. Over de beschikbaarheid daarvan maakt men zich geen zorgen.
Daarnaast is er politiek een voorkeur om producten ’van de plank’ te kopen. Vaak in het buitenland. Dit gebeurt vanuit de veronderstelling dat de krijgsmacht zo met minder risico’s en voor minder geld van materieel kan worden voorzien.
Kennis en ervaring wordt dan echter buiten Nederland gegenereerd en moet uiteindelijk toch  worden betaald. Het potentieel aan kennis, technologie en industrie in Nederland wordt niet uitgedaagd om nieuwe producten te ontwikkelen. Aanwezige kennis verwatert en is minder beschikbaar voor de eerder genoemde personele en materiële behoefte binnen en buiten defensie.

SAMENWERKING INDUSTRIE, KENNISINSTITUTEN EN DEFENSIE

Zoals al eerder aangegeven is in Nederland veel relevante kennis aanwezig bij defensie, de kennisinstituten en de defensie-gerelateerde industrie. Deze industrie en de kennisinstituten spelen een belangrijke en essentiële rol om voor grote defensie technologie investeringsprojecten voldoende politiek draagvlak te vinden.
Het leek daarom een goed idee om de drie partijen: defensie, kennisinstituten en industrie als gezamenlijke technologiedragergemeenschap bijeen te brengen om de bewustwording te vergroten, alsmede om een gelegenheid te hebben om onderling over technologisch gerichte thema’s van gedachten te wisselen.
Dit werd enkele jaren later de "Gouden Driehoek" genoemd.

HISTORISCH ASPECT

Om het perspectief van de bijeenkomst te verdiepen zou ook een presentatie over een historisch Nederlands defensie technologie aspect worden gehouden. Kennis van de historie plaatst een onderwerp immers in een breder perspectief en kan daarnaast inspirerend zijn.

INITIATIEF

Initiatiefnemers voor het eerste Kooy symposium in 2001 waren Peter Rooijmans namens de industrie  en Gerben Klein Baltink namens de kennisinstituten. Jan Vriends van de KMA en Sjef Pijls van het KIM waren snel bereid om de derde zijde van de technologiedriehoek in te vullen.
De relatie met KIVI NIRIA Defensie en Veiligheid (toen nog KIVI NIRIA Defensietechnologie) was snel gelegd. De vereniging KIVI NIRIA bood een uitstekend platform om de plannen te verwezenlijken en het daaraan verbonden Kooy fonds een bron waarmee de noodzakelijk te maken kosten konden worden bestreden.
Ook TNO en APA, de vereniging van technisch officieren van de Koninklijke Landmacht sloten aan bij de samenwerking.

GROEI

Het eerste symposium in 2001 was een succes en nodigde uit tot een vervolg. Dat leidde tot een jaarlijks symposium dat inmiddels een traditie genoemd mag worden. 

TOEKOMST

Op dit moment kan vastgesteld worden, dat bovenstaande gedachten nog onverminderd relevant zijn. KIVI NIRIA Defensie en Veiligheid, het Kooy fonds, APA en TNO blijven daarom waar mogelijk actief bijdragen aan Kooy symposia. Nu en in de toekomst.